Op 24 juni dienden de Tweede Kamerleden Inge van Dijk, Jan Struijs en Pieter Grinwis een initiatiefnota over een toekomstbestendig giftenstelsel in. De initiatiefnemers pleiten voor een herziening van het huidige stelsel om geven makkelijker, eenvoudiger en fiscaal aantrekkelijker te maken voor maatschappelijke organisaties zoals verenigingen, stichtingen en sociale ondernemingen. Ze doen negen concrete voorstellen, alle gericht op het stimuleren van giften en het vergroten van maatschappelijke impact. Maar er zit volgens Yvonne van Driel (Partin) een addertje onder het gras. Zij dook in het document.
Laat de Algemeen Nut Toets de ruimte voor maatschappelijke organisaties verder krimpen?
Wat is een initiatiefnota?
Een initiatiefnota is een beleidsstuk dat door één of meerdere Tweede Kamerleden wordt ingediend om een specifiek maatschappelijk probleem aan de orde te stellen en concrete oplossingen voor te stellen.
In de initiatiefnota van de Tweede Kamerleden Inge van Dijk (CDA), Jan Struijs (50PLUS) en Pieter Grinwis (ChristenUnie) worden voorstellen gedaan om de giftenaftrek passender te maken in de huidige tijd. Met als doel om maximale waarde te creëren voor de samenleving.
Wat zijn de voorstellen uit deze initiatiefnota?
Voorstellen worden meestal gepresenteerd als beslispunten. De initiatiefnemers leggen aan de Tweede Kamer negen beslispunten voor.
Op korte termijn:
- Verruim geefmogelijkheden aan steunstichtingen SBBI
- Stel vaste drempel van € 100,- voor giftenaftrek vast
- Vereenvoudig giftenaftrek voor vrijwilligersvergoeding
- Maak geven via de werkgever makkelijker
- Geef vrijstelling of vereenvoudiging van btw bij donaties in natura
En op de langere termijn:
- Verken vernieuwde Algemeen Nut Toets
- Verken sociale multiplier
- Verruim giftenaftrek voor ondernemingen
- Onderzoek maatschappelijke waarde
Om veel van deze voorstellen word ik blij. Geven moet makkelijker gemaakt worden. Maar of de Algemeen Nut Toets daaraan bijdraagt, betwijfel ik.
Wat is de Algemeen Nut Toets?
De initiatiefnemers van de nota willen een nieuwe toets introduceren die sociale belangen meeneemt: de Algemeen Nut Toets. Dat moet dan een toets zijn die bijdraagt aan een gelijke fiscale behandeling van giften aan organisaties die maatschappelijke of sociale waarde creëren. En die de giftenaftrek eenvoudiger, rechtvaardiger en doelgerichter maakt.
Klinkt goed, maar kan ook negatieve gevolgen hebben.
- Subjectiviteit
Wie bepaalt wat “algemeen nut” is? Hoe subjectief is de beoordeling? Wie bepaalt welke doelen ‘waardevol’ zijn?
Het werkt willekeur en politieke beïnvloeding in de hand. Vooral in deze tijden dat politieke tegenstellingen groter lijken. En waar de ruimte van maatschappelijke organisaties sowieso lijkt te krimpen.
Ter illustratie: de ‘Stichting voor een Verbod op Chihuahua’s in het Nederlands Straatbeeld’ en de ‘Stichting tot Behoud van Chihuahua’s in het Nederlandse Straatbeeld’ kunnen naast elkaar bestaan en allebeide ANBI-status hebben. Dat is een groot goed en hun recht. Maar maakt beoordeling over het creëren van maatschappelijke waarde behoorlijk moeilijk en complex. - Bureaucratie
Een nieuwe toets betekent extra regels, formulieren en controles. En mogelijk extra kosten. Stichtingen moeten dan aantonen dat ze aan de criteria voldoen. Waarschijnlijk door extra administratieve lasten. Denk bijvoorbeeld aan impactrapportages. Kleinere goede doelen met toch al beperktere middelen en gedreven door vrijwilligers zullen met zo’n toets meer moeite hebben. Terwijl vaak buiten kijf staat dat zij (lokaal) maatschappelijke waarde creëren. - Geefbereidheid
Donateurs zullen ook eerst moeten checken of de organisatie ‘goedgekeurd’ is. Dat kan de drempel om te geven verhogen. - Impact
De focus wordt door deze toets nog meer gelegd op ‘meetbaar’ in plaats van ‘waardevol’. Is dit altijd wenselijk? Het aantal deelnemers bij een activiteit zegt weinig over de toegevoegde waarde van – laten we zeggen – community building.
Daarbij is een toets statisch, terwijl maatschappelijke behoeften en ideeën veranderen. Nieuwe, innovatieve particuliere initiatieven kunnen dan makkelijk buiten de boot vallen omdat ze niet passen binnen bestaande kaders.
Bovendien kan er van zo’n toetsmoment ook misbruik gemaakt worden. Wat dan weer vaak leidt tot strengere controles. Daar wordt het allemaal niet makkelijker op. Eerder complexer. Helaas.
Wat en wie toetst nu het algemeen nut van een organisatie?
Er bestaat natuurlijk al een vorm van Algemeen Nut Toets. Die wordt gehanteerd bij het aanvragen en behouden van de ANBI-status. ANBI’s staat tenslotte voor Algemeen Nut Beogende Instellingen. De Belastingdienst controleert de ANBI’s.
Bij toekenning van de ANBI-status worden onder andere de statuten, beleidsplannen en jaarrekeningen geraadpleegd. Daarbij zijn dan drie punten steevast belangrijk om het algemeen nut aan te kunnen tonen: 1) de statutaire doelstelling, 2) de 90%-eis en 3) geen winstuitkering. De 90%-eis is dat minimaal 90% van de activiteiten gericht moet zijn op dat algemeen nuttige doel. De statutaire doelstelling moet minimaal één algemeen nuttig doel nastreven.
Voldoet de stichting aan deze eisen, dan kan de organisatie een ANBI aanvragen. Als aan de organisatie de ANBI-status toegekend wordt, is getoetst en bevestigd dat het algemeen nut gediend wordt. Algemeen nut als in het creëren van maatschappelijke waarde. Daar gaat het toch om. Meer lijkt me niet nodig.
En natuurlijk, de Algemeen Nut Toets 2.0 is er nog niet. Het voorstel zal verder uitgewerkt worden, als de Tweede Kamer ermee instemt om deze toets verder te verkennen. En dat kan nog wel even duren. Maar toch: laten we alert blijven.
Bekijk de gehele initiatiefnota hier.