De maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding is per 1 januari 2026 licht gestegen. Sinds 2024 gold een maximale vergoeding van € 2.100; nu is dat € 2.200 per jaar. Dat betekent ook dat per maand € 10 meer vergoed mag worden. Van € 210 naar € 220. En het uurtarief is verhoogd van € 5,60 naar € 5,75 voor vrijwilligers ouder dan 21 jaar. Deze bedragen zijn lager dan wat gebruikelijk is voor een salaris en daarom hoeft er geen belasting over betaald worden. 

Is één van deze bedragen boven het maximale bedrag, dan moet er wél belasting betaald worden over de hele vergoeding in dat jaar. De organisatie regelt het betalen van het verschuldigde bedrag aan de Belastingdienst. Er hoeft trouwens geen belasting betaald te worden als  meer dan een maand in een keer uitbetaald wordt.

Onkostenvergoeding én vrijwilligersvergoeding

Wordt naast de vergoeding voor het vrijwilligerswerk een onkostenvergoeding uitgekeerd, dan telt deze vergoeding op bij de vergoeding voor het vrijwilligerswerk. Als dit samen opgeteld meer dan € 220 per maand én € 2.200 per jaar is, dan moet de organisatie de belasting ook inhouden.

Alleen onkostenvergoeding

Als er alleen een vergoeding is voor gemaakte kosten en geen extra vergoeding voor het feitelijke vrijwilligerswerk, dan hoeft daarover géén belasting betaald te worden. Dat kunnen bijvoorbeeld reiskosten of kopieerkosten zijn.

Vrijwilligerswerk

Een vrijwilliger verricht in de meeste gevallen werkzaamheden voor een sportvereniging, stichting of een ANBI. Het werk is geen beroep en de vrijwilliger werkt ook niet als een beroepskracht. De vrijwilligersvergoeding is een vergoeding voor jouw inzet als vrijwilliger. Deze vergoeding is niet marktconform en lager dan loon. De organisatie is niet verplicht hiertoe. Check dat van tevoren als je vrijwilligerswerk wilt gaan doen.

Meer informatie vind je bij de Belastingdienst. Of check dit overzicht van VrijwilligerswerkNL.

Tekst: redactie Partin | 7 februari 2026
Foto: GAiN Holland