‘Partin vernieuwen zonder de kracht van het oude te verliezen.’ Dat ziet Rutger-Jan Schoen als flinke uitdaging voor Partin. Rutger-Jan heeft onlangs zijn taken als bestuurslid neergelegd. Begin 2022 trad hij toe tot het bestuur. Hij blijft wel actief binnen de sector. En hij verzekerde dat hij altijd bereid is om Partin te helpen waar hij dat kan. Hij neemt dus afscheid als bestuurslid, maar niet van Partin. Toch reden voor Yvonne van Driel om Rutger-Jan wat vragen te stellen. Een gesprek over uitdagingen.

Je hebt veel ervaring met en bent actief binnen internationale samenwerking. Je bent onder andere bestuurslid bij Niketan. Wat waren de redenen om je ook voor andere kleine goede doelen en Partin in te zetten?

“Sinds 1987 werk ik als communicatieadviseur aan projecten in het buitenland, meestal binnen de internationale samenwerking. Daarnaast ben ik zo’n vijftien jaar actief als bestuurslid van Niketan, waarvan tien jaar als voorzitter. Niketan (zorg en onderwijs voor kinderen met een handicap in Bangladesh, red.) is zelf ook een particulier initiatief, maar via Partin heb ik een veel breder zicht gekregen op de hele wereld van particuliere initiatieven.

Juist die kleine stichtingen spreken mij aan. Er is vaak een sterke persoonlijke band tussen de mensen hier en hun partners daar. De lijnen zijn kort, het contact is direct, en je ziet heel concreet wat je inzet oplevert. Dat maakt het werk persoonlijk, betekenisvol en vaak verrassend effectief. Inmiddels zet ik mij daarom ook graag in voor andere kleine stichtingen die actief zijn in ontwikkelingslanden én in Nederland.”

Wat waren je verwachtingen toen?

“Ik werd vooral geraakt door de enorme betrokkenheid, het optimisme, het doorzettingsvermogen en de deskundigheid van de mensen achter de particuliere initiatieven. Ook zag ik hoeveel vertrouwen en verwachtingen er leefden bij hun partners in de landen waar zij actief zijn. Veel van deze organisaties kennen bovendien de lokale context verrassend goed.

Tegelijkertijd zag ik, vanuit mijn professionele ervaring, ook de uitdagingen. Samenwerkingen tussen partners hier en daar zijn intensief en kunnen soms schuren. Verwachtingen lopen uiteen en het beeld dat partners van elkaar hebben, is niet altijd realistisch. Wij werken vanuit onze idealen en brengen vaak het geld, terwijl onze partners functioneren in een harde, bureaucratische, politieke en institutionele context, waarin veel van wat wij zouden willen niet mogelijk is.

Er is ook een soort ongelijkheid in de relatie: wij brengen het geld en hebben vaak een duidelijk beeld van hoe problemen opgelost zouden moeten worden, maar de werkelijkheid is weerbarstig. De leden van Partin doen enorm hun best, maar zouden veel van elkaar en van andere deskundigen en ervaringsdeskundigen kunnen leren.”

Hoe kijk je daar nu op terug?

“Ik denk dat er veel is bereikt. Partin brengt leden met elkaar in contact, op basis van landen maar ook van thema’s. Het ontsluit ervaring, kennis en instrumenten. En er is de afgelopen tien jaar enorm veel mogelijk geworden op het gebied van kennis en communicatie.

Tegelijkertijd is de context waarin we werken enorm veranderd. Het draagvlak voor internationale samenwerking staat sterk onder druk. Ik denk dat Partin juist daarin een belangrijke rol kan spelen: door dat draagvlak via persoonlijke verbanden overeind te houden. Die persoonlijke band wordt vaak meer vertrouwd dan samenwerking tussen landen, de VN of de grote NGO’s.”

Je hield je bezig met bijzondere onderwerpen. Ik licht er drie uit. Nummer één: de verbreding van Partin. Daar maakte je je sterk voor. Waarom?

“De verbreding van Partin kwam voort uit een inzicht dat ik kreeg na bijna veertig jaar werken aan communicatie- en ontwikkelingsprojecten in het buitenland.

Mijn vrouw is huisarts in Moerwijk (wijk in Den Haag, red.). Als ik terugkwam van een project in Afrika of Azië, concludeerden we vaak dat de uitdagingen daar en hier minder van elkaar verschillen dan je op het eerste gezicht zou denken. Natuurlijk is de armoede die je in sommige ontwikkelingslanden tegenkomt niet te vergelijken met de situatie in Nederland. Maar vraagstukken rond ongelijkheid in de toegang tot gezondheidszorg, onderwijs, mobiliteit en kansen doen zich ook voor in kwetsbare wijken in Nederland.

Ook de manier waarop je verandering realiseert, vertoont veel overeenkomsten: het betrekken van bewoners en andere belanghebbenden, samenwerken met lokale overheden, werken met sleutelfiguren in de gemeenschap, goed luisteren en kijken, draagvlak creëren en stap voor stap bouwen aan duurzame oplossingen. Het zijn overal dezelfde principes.

Vanuit die gedachte ontstond het idee dat Partin ook particuliere initiatieven die in Nederland actief zijn, zou kunnen ondersteunen. Zij lopen vaak tegen vergelijkbare organisatorische en maatschappelijke vraagstukken aan als initiatieven die in ontwikkelingslanden werken, en kunnen veel van elkaar leren.” 

Nummer twee: ledenbetrokkenheid en -inspraak. Kun je daar iets meer over vertellen?

“Het versterken van de communicatie met de leden was ook iets waarin ik me heb verdiept. De Partindagen zijn inmiddels gebaseerd op een lange traditie en heel belangrijk voor de communicatie tussen bestuur, bureau en de leden, en vooral ook tussen de leden onderling. We hebben de webinars, maar inmiddels zijn er ook nieuwe methoden om die communicatie te initiëren en te faciliteren.

We zijn er nog niet uit hoe je dat verder versterkt, maar ook al treed ik uit het bestuur, ik blijf altijd bereid om te helpen dit voort te duwen.”

En tot slot hield je je bezig met PIFworld, het crowdfundingsplaform van Partin. Hoe verliep dat traject?

“Volgens mij komt PIFworld via wat omzwervingen voort uit het blauwe Vacaturebulletin Ontwikkelingssamenwerking van DGIS. Dat kennen de ouderen onder ons wellicht nog uit de jaren zeventig en tachtig. Het platform was al doorontwikkeld, maar de software waarop het was gebaseerd, was verouderd en moest eigenlijk helemaal opnieuw geprogrammeerd worden.

Dat hebben we laten doen, en we hopen dat het kleine en grote goede doelen met elkaar in contact brengt, en dat het ook Partin weer in het zicht brengt van een bredere groep. Aan zo’n traject zitten veel haken en ogen, die we ons bij de start misschien niet altijd hebben gerealiseerd, maar we maken voortgang.”

Niet alles ging vlot. Dat laat het traject van PIFworld wel zien. Wat ging nog meer moeizaam?

“Verandering gaat moeizaam. Niet alleen bij Partin, maar dat is eigenlijk het beeld van mijn hele loopbaan en van de meeste organisaties waarvoor ik gewerkt heb. Door externe factoren kan het opeens heel snel gaan — kijk naar de wereldpolitiek van vandaag. Maar verandering van binnenuit gaat langzaam.

En ik maak me veel zorgen over het gebrek aan tolerantie, de toenemende xenofobie en het gebrek aan solidariteit. Hoe moeilijk mensen die het goed hebben, het vinden om een stapje terug te doen en anderen iets meer te gunnen.”

Je hebt in meerdere besturen van stichtingen en verenigingen gezeten. Wat maakt Partin anders?

“Ik vind de uitdaging van Partin als brancheorganisatie interessant en uitdagend. Vanwege de afstand met de uiteindelijke impact op mensen ‘hier en daar’.

De bestuursleden komen uit de leden, kleinere en grotere. Het zijn vogels met diverse pluimage en met elkaar moeten we het zien te rooien. En het is als brancheorganisatie toch redelijk abstract. En dat gaat wonderwel goed. De complementaire vaardigheden en ervaringen binnen het bestuur zijn haar kracht en haar uitdaging.”

Over uitdagingen gesproken. Wat is volgens jou de grootste uitdaging voor Partin in de toekomst?

“Ik denk dat de grootste uitdaging is hoe Partin mensen aantrekt van buiten ‘de groep. Het is makkelijk om bij elkaar te blijven binnen dezelfde Partin-familie: er vallen wat leden af, omdat ze ophouden te bestaan, en er komen weer wat nieuwe leden bij. Maar hoe verbinden we ons aan die bredere groep die betrokken is bij goede doelen, in binnen- en buitenland?

Ik zie bij onze eigen kinderen dat ze enorm sociaal betrokken zijn: internationaal solidair, met aandacht voor de mens, en met verzet tegen onrecht. Hoe kan Partin een positie innemen waarmee ze ook relevant blijft voor die groep wereldverbeteraars? Dat is iets waar we nog goed aan moeten werken. En dat doe je niet alleen met het bestuur of met onze eigen leden. Daarvoor ga je ook het gesprek aan met partijen buiten onze bubbel.

Partin vernieuwen zonder de kracht van het oude te verliezen: dat is een hele uitdaging.”

Je gaf al aan Partin te blijven helpen als dat nodig is. Maar je krijgt nu tijd voor andere zaken. Wat zijn jouw uitdagingen?

“Ik blijf actief in internationale samenwerking. Ik heb wel besloten me meer te richten op het ondersteunen van initiatieven op grassrootsniveau. Ik vind het inspirerend om kleinschalige initiatieven te helpen meer impact te maken en duurzaam te worden, zonder dat ze hun kleinschalige karakter verliezen. De ontwikkelingswereld is soms een klasse op zich geworden, en dat vind ik jammer: de agenda wordt te veel door hen bepaald. Eigenaarschap en het versterken van de basis, zonder die afhankelijk te maken van donoren. Dat vind ik interessant.

Er zijn al zulke initiatieven, zoals in Marokko, waar een project om straatjongeren aan het werk te krijgen inmiddels zo succesvol is dat het nauwelijks aanvullende financiering meer nodig heeft. Een sociale onderneming, die dan wordt overgenomen door lokale partijen uit de gemeenschap die we proberen te ondersteunen.”

Rutger-Jan dank je wel voor dit gesprek. Aan jou de laatste woorden.

“Ik heb het als een voorrecht ervaren om mee te kunnen draaien in het bestuur. De samenwerking met het bureau (Team Partin, red.) was erg belangrijk. Partin heeft een redelijk uitvoerend bestuur, maar zonder het bureau zou niet bereikt zijn wat bereikt is. Petje af voor het Bureau en mijn mede bestuursleden en ze weten dat ik altijd bereid zal zijn om bij te springen op specifieke projecten.”

Tekst: Yvonne van Driel (Partin) | 28 juli 2026
Foto: Niketan